Vacature.com

Spring naar content

 

Safaritoerisme in Afrika

In een tweede deel van onze Afrikareeks lees je dit weekend alles over het safaritoerisme in Kenia en Senegal. Brengt toerisme vooral op voor buitenlandse touroperatoren of blijven de meeste dollars toch in Afrika hangen?

Wat denk jij? Laat het ons weten en maak kans op een fles wijn…

3 reacties op “Safaritoerisme in Afrika”

  1. 1

    Bart


    Net het artikel over Senegal gelezen en als Senegalkenner toch wel ontgoocheld. Dezelfde clichés als altijd (de Senegalezen zien je als een wandelende portefeuille, de jonge mannen “misbruiken” blanke vrouwen om naar Europa te komen, laag loon is niet erg want de het leven is er ook goedkoper,…) + dezelfde hotels! Ik vraag me echt af of die hotels echt zo’n goede mediaconnecties hebben of betreft het vriendelijkheid in return voor een fijn verblijf? Aldiana, Les Palétuviers en de Viavia. Ze betalen allemaal superlage lonen (”wettelijk barema” en daarmee achten ze zichzelf “in orde”) en maken supermooie winsten. In de Aldiana kan je niet terecht voor minder dan 1000 euro per week (ticket inbegrepen) en zelf de Viavia is duur naar Senegaleze normen. Je kan er veel goedkopere en betere campements vinden. In het artikel komen praktisch enkel Belgen aan het woord, buiten een paar van hun medewerkers. Is dit weerom eens free publicity? Wat de lage lonen betreft: veel Senegalezen hebben meerdere jobs of werken 7 op 7 voor hun baas (en niet op vrijwillige basis zoals de gerant van de Palétuviers…). Ze moeten continu beschikbaar zijn, hebben zelden een vast contract,worden dus slecht betaald, zitten compleet in de penarie als er iets gebeurt met hun familie (ziekte - ondanks alle zogenaamd voorzieningen zijn de medicamenten er even duur als hier. Begin er maar eens aan met 50 euro per maand!) De gemiddelde leeftijd is er niet eens 50j. Er is elk jaar wel een begrafenis die ik meemaak van een jonger iemand. Natuurlijk de hotels zullen wel projecten sponsoren en met hun toeristen uitstapjes maken naar een of ander dorp om het lokale leven te “ervaren”. Het is gewoon je reinste kapitalisme: alle winst blijft in Europa (Aldiana is “all-in”) en de lokale bevolking wordt er niet echt beter van, maar af en toe krijgen ze een graantje en dan moeten ze de “toubab” ook nog eeuwig dankbaar zijn. Voor ons geldt dus ook: we willen er iets voor terug (aandacht, misschien, of een gerust geweten). Wat de Belgen betreft die er wonen: ze leven er als God in Frankrijk. Mooie huizen, personeel in overvloed (een wasmachine is echt niet nodig - vertel dat maar eens aan een Europese vrouw!), geld, zon,… maar ja, de natuur is er niet zo mooi…

  2. 2

    johan


    Beste Bart,

    De ‘clichés’ zoals jij ze noemt, zijn jammer genoeg maar al te waar. De Senegalezen zien je inderdaad als een wandelende portefeuille, en de jonge mannen zien blanke vrouwen als een interessant investering om een overtocht naar Europa mogelijk te maken. Het stuk ging over het toerisme in Senegal, het lijkt me dan ook vrij logisch dat er dan over de ViaVia en meer luxueuze hotels gesproken wordt. Zij zijn toch niet onbelangrijk voor een land als Senegal, denk ik.

  3. 3

    Koen Stuyck


    Nooit gedacht dat de Vacature me zo aangenaam zou verassen. Het artikel “Safaritoerisme” op blz 24 van vorige week doet dat. Doorgaans blinken reisreportages niet uit van originaliteit. Als er al een kritische noot in te bespeuren valt dan gaat het over het comfort voor de toerist of de ‘value for money’. Nico Schoofs deed het anders. Hij bezocht de Keniaanse Safariparken met een andere invalshoek. De vraag die hij zich stelde: “blijven de meeste safaridollars aan buitenlandse vingers kleven?” Een zelfde vraag kan je stellen in tientallen arme landen in het zuiden. De realiteit is helaas zo dat de winsten van de grootste bedrijfssector ter wereld grotendeels in het noorden worden gemaakt.

    Journalist Nico Schoofs gaat onder meer na hoeveel de lokale arbeiders verdienen. Enkele jaren geleden liet de Britse ngo Tourism Concern een onderzoek uitvoeren naar de loon- en arbeidsvoorwaarden in de toeristische sector. De conclusies van het met Europees geld gefinancierde rapport waren - niet verassend- vernietigend. Ook de lonen die Schoofs vernoemd zijn niet denderend. Het is niet zo dat de kosten voor levensonderhoud in Kenia zoveel lager zijn als bij ons en vele mensen proberen met meerdere jobs de eindjes aan elkaar te knopen. De wildparken zijn dan nog ongeveer het enige onderdeel van het toerisme waarover de controle in binnenlandse handen ligt. Nico Schoofs haalt een onderzoek aan door de universiteit van Moi. De resultaten liegen er niet om: de grootverdieners zijn de touroperatoren, luxe-hotels en vervoersmaatschappijen. En die zijn haast allemaal in buitenlandse handen. En als het gaat over werkgelegenheid, hét argument dat steeds wordt aangehaald, dan blijkt het vrijwel uitsluitend te gaan om ongeschoolde en slecht betaalde arbeidersjobs. Het managment komt meestal uit het buitenland. Met de traditionele minderheden is het doorgaans nog erger gesteld. Het zelfde onderzoek vermeldt ook dat amper 2% van alle inkomsten uit het Maasai Mara Park terugvloeit naar de Maasai-stam.

    Het feit dat de Keniaanse overheid een planning heeft voor zijn toerisme sector is goed. Dat blijkt tenminste uit het gesprek van de journalist met de directeur van de Kenya Wildlife Service. Maar waar is de inspraak met de bevolking? Waar zijn de impactstudies op sociaal en ecologisch vlak? In veel gevallen blijkt ook dat de lokale overheden waterdrager zijn voor de internationale investeerders. Vaak worden ze daartoe gedwongen door de internationale financiële instellingen en hun agenda van economische globalisering.

    Schoofs stelde ook vast dat de Europese Unie zwaar investeert in het Keniaanse toerisme. Een reden om je zorgen te maken. Want doorgaans is de EU vooral bezig met het aanboren van nieuwe markten voor haar eigen bedrijven. Dat heet “de Lissabon agenda.” Zo speelt de EU een voortrekkersrol in het GATS (Algemeen akkoord inzake de handel in diensten) akkoord waarbij landen in het zuiden verboden wordt om buitenlandse investeerders een strobreed in de weg te leggen. En ja, toerisme wordt daarin gedefineerd als een dienst die door toerisme ontvangende landen wordt geleverd. Op het weblog http:\\duurzaamtoerisme.blogspot.com hebben we daarover al verschillende keren bericht.

    Schoofs stipt heel terecht aan als Belangrijkste pijnpunt: alle meerwaarde die door de industrie wordt opgestreken blijft in het westen. De ontvangende landen krijgen enkel de kruimels. Erger nog is dat de controle op de toerismestroom haast volledig ligt bij de touroperators die voor een groot stuk bepalen of er toeristen komen of niet: het is hun marketingmachine die de toeristen lokt, ze beheersen vaak ook de luchtvaartroutes enz.

    Landen in het zuiden moeten de kans krijgen een eigen toeristische infrastructuur uit te bouwen, in samenspraak met alle betrokkenen: de lokale bevolking en directe omwonenden, de belastingbetaler in het ontvangende land, lokale ondernemers, ngo’s die met milieu, democratisering en duurzame ontwikkeling bezig zijn. Er bestaan reeds heel wat voorbeelden van goede projecten - het is dus wel mogelijk.

    http://duurzaamtoerisme.blogspot.com

Laat een reactie achter