- 16 November 2007
Dinsdag was een rare dag. Op heel verschillende momenten vertelden drie werkende Vlamingen hoe overuren hun leven verpesten. De postbode was even in staking. Hij en zijn 45 collega’s hadden het werk neergelegd omdat ze niet meer in staat zijn hun vakantiedagen op te nemen. Er is extra werk opgedoken en ze dreigen die vakantiedagen te verliezen.
Een buurman doet lange dagen in een Antwerps chemisch bedrijf. Enkele technische ploegen draaien er dagen van twaalf (en niet van acht) uur omdat er enkele collega’s zijn weggevallen. Dit tekort zal niet voor Nieuwjaar opgelost zijn.
En enkele ‘dispatchers’ van een hulpdienst kloppen continu overuren, eveneens bij gebrek aan medewerkers.
Waarom vallen zoveel bedrijven in Vlaanderen terug op overuren? Dat is bijzonder ongezond. Niet alleen voor de werknemers. U en ik zijn bereid er af en toe flink in te vliegen. ‘Go for the extra mile’, zoals dat in multinationals heet. Maar als die druk blijft en het personeelstekort structureel is, zoeken we een andere baan.
Want die ‘extra mijl’ lopen we al geregeld. Uit het Vacature/Vlerick-onderzoek ‘Hoe hard werken we?’ blijkt dat de gemiddelde Belgische bedienden en kaderleden 46 uren per week presteren. Dat is 8 uur meer dan contractueel verplicht. Bij ruim de helft (58%) van de deelnemers leidden die overuren niet tot meer salaris (of recuperatiedagen).
Moeten we dan verrast zijn met dat vers onderzoek in Belgi력n in de VS dat bij werknemers weinig motivatie vindt?
Organisaties die systematisch te veel willen realiseren met te weinig medewerkers, ondergraven zichzelf. Natuurlijk leggen goede managers er af en toe de zweep op, maar ze nemen evengoed geregeld gas terug. Die waakt er over dat er geen cultuur van overuren, groeit. Iedereen, van hoog tot laag, moet geregeld tijd krijgen om zijn zaakjes weer in orde te brengen. Wie zich permanent achterna holt, valt ooit in een diep gat.


