Vacature.com

Spring naar content

 

Blogposts over ‘Standpunt’

Rekruteerders steken de grens over (door Erik Verreet)

In juli van vorig jaar schokte Microsoft de ict-wereld met de aankondiging dat het een nieuw ontwikkelingscentrum opent in Vancouver, juist over de grens met Canada. Dat is het rechtstreekse gevolg van het internationale rekruteringsprobleem waar de onderneming mee kampt.
Het strikte visumbeleid van de VS weerhoudt veel buitenlandse informatici om naar het hoofdkwartier van Microsoft in Seattle (VS) te trekken.

Vancouver wordt de ideale opvangplek, zowel voor gerekruteerde specialisten die geen visum krijgen, als voor medewerkers wiens visum vervalt. Kenners verwachten dat meer Amerikaanse bedrijven afdelingen over de grens zullen brengen.

Binnen enkele jaren zullen ondernemingen ook systematisch meer internationaal rekruteren en minder op hun lokale markt. Terwijl momenteel amper 23 procent van de grotere bedrijven wereldwijd op zoek gaat naar talent, wordt dit tegen 2010 al 56 procent, aldus een nieuwe studie van Boston Consulting Group (zie pagina 31-33 in deze Vacature). Ze zullen ook minder terugvallen op plaatselijke rekruteringsbureaus en advertentiemedia.

Omdat het houden en ontwikkelen van talent nog meer centraal komt te staan in hun personeelsbeleid, zal de druk op de rekruteringsdienst verhogen. Deze trend is onweerlegbaar, maar heel weinig ondernemingen hebben de koe al bij de horens gevat, meesmuilt Boston Consulting.

Intussen tracht een reeks internationale bedrijven zijn risico op een talenttekort wel te verminderen door hun aanwezigheid in verschillende landen op te voeren. De Europeanen kijken naar Oost-Europa en China; de Aziaten verschuiven hun aandacht van China naar Zuid-Aziatische landen zoals Vietnam.

Intussen discussiëren de Belgische politici al lang over het al dan niet verder regionaliseren van onze arbeidsmarkt. Ze beseffen amper dat de bedrijven voor het rekruteren van hun sleutelfiguren meer en meer over de grenzen kijken. Laat ons ook de discussie voeren over het effect van de globalisering op arbeidsbeleid in onze regio’s.

Het mag ietsje meer zijn, mevrouw Milquet (door Erik Verreet)

In haar beleidsnota toont de nieuwe minister van Werk, Joëlle Milquet, zich een ijverige leerling van de sociale partners. Ze koos voor zekerheid en haalde de mosterd bij hen. Als dank kreeg ze van de werkgeversfederaties en de vakbonden een beleefd applaus. De anderen waren nog minder enthousiast. Zelfs coalitiepartner VLD schoot vanuit de krantenkolommen op de nota. En tijdens het openbare debat deze week hekelde een reeks Vlaamse parlementairen de ondertoon van haar beleidsplan. Vooral haar idee om de werkloze die in een andere regio werk vindt een maandelijkse premie van 75 euro te geven, zorgde voor commotie (hoewel dit een voorstel van de sociale partners is).

Ook al hanteert minister Milquet kwistig het woord ‘ambitieus’, haar plannen stralen alles uit, behalve de ambitie om er echt werk van te maken. Met een arbeidsmarkt in goede doen is dit nochtans het moment om iets te forceren. Binnenkort zal het feest gedaan zijn.

Uit het wijde aanbod maatregelen in het regeerakkoord koos minister Milquet er enkele uit. Dat ze weinig nadruk zou leggen op activering van werklozen, snellere controletermijnen en geleidelijke vermindering van werkloosheidsuitkeringen, dat mocht u verwachten. Wel wil ze zich buigen over de ‘discriminatie’ bij de rekruteringsacties van jongeren, vrouwen, ouderen en allochtonen, een bijzonder glibberige materie.

In Vlaanderen ligt het gebrek aan activering van werklozen gevoelig: 232.000 Belgen ontvangen een werkloosheidsvergoeding zonder uitzicht ooit nog aan de slag te moeten (zie coververhaal Vacature 22 maart). Het voorstel van minister Milquet dat RVA een eerste controlegesprek met een 25-plusser zou organiseren na achttien maanden, overtuigt niet. Vandaag is die termijn 21 maanden.

Ofwel toont Milquet op federaal niveau echt daadkracht, ofwel laat ze het dynamiseren van de arbeidsmarkt over aan de regio’s. Voorlopig is in Vlaanderen lang niet iedereen overtuigd van het belang van een regionalisering van de arbeidsmarkt. Maar als er op federaal niveau geen ernstig werk wordt geleverd, zal die mening snel omslaan. Als Joëlle Milquet het federale België een dienst wil bewijzen, kan ze beter een tandje bijsteken.

Standpunt: Uw vriend, de robot (door Erik Verreet)

Nu het tekort aan jong bloed stilaan begint te nijpen, lijkt de redding voor ons demografisch deficit nabij. In Japan formuleerde de ‘Machine Industry Memorial Foundation’ zopas een gedurfd alternatief: meer investeren in robotten. De denktank, verbonden aan het ministerie van Economie, berekende dat de nieuwe generatie robotten, die Honda en andere grote fabrikanten ontwikkelen, het werk kunnen overnemen van 970.000 verzorgenden. Voor de oogst en het snoeiwerk in de landbouw kunnen andere robotten het werk van 450.000 mensen aan, in de kuis- en de koerierdiensten klimt het aantal op tot 1.410.000. Alles samen gelooft de denktank dat tegen 2025 de robotten het werk aankunnen van 3.520.000 Japanners. Met deze injectie van arbeidskrachten zou het snel vergrijzende Japan ongeveer 80 procent van zijn tekort kunnen opvullen.
Dé belangrijkste rol voor de nieuwe robotten is niet het vervangen van mensen, maar het vrijmaken van tijd, aldus researcher Takao Kobayashi. Bijvoorbeeld, een robot zou dagelijks 75 minuten huishoudelijke klusjes kunnen vervullen zodat mevrouw en mijnheer harder kunnen werken of van meer vrije tijd kunnen genieten.
Bill Gates himself gelooft dat de robotindustrie voor een zelfde sprong staat als de computerwereld dertig jaar geleden. “Ik zie een toekomst waarbij robotten bijna in elk facet van ons dagelijks leven tussenkomen. Technologieën als genetwerkte computers, stem- en beeldherkenning en draadloze beeldbandverbindingen zetten de deur open voor een nieuwe generatie autonoom functionerende toestellen die veel taken aankunnen.” En tegen 2030, ten laatste tegen 2040, beschikt de robot over evenveel redeneercapaciteit als de mens.

Tijd om wakker te worden. Ons land en de EU mogen deze boot niet missen. Er is dringend een studie nodig over hoever we staan en welke inspanningen er nodig zijn. Zonder een serieuze inspanning zullen we opnieuw de Amerikaanse en Japanse hegemonie ondergaan in een centraal stuk van onze economische ontwikkeling. Laten we deze mythische helper welkom heten en alle racistische ideeën over hem afschudden.

Het mes in de ambtenarij (door Erik Verreet)

Tegen 2011 zal de vergrijzing zich echt laten voelen en moet de overheid jaar na jaar meer aan pensioenen en verzorging uitgeven. De voorbije regering heeft nagelaten de nodige maatregelen te nemen. Leterme I heeft dus dringend nieuwe inkomsten nodig.
“Een discussie over de ontvetting van het ambtenarenapparaat wordt onvermijdelijk”, analyseert professor economie Koen Schoors (Universiteit Gent). “Tenzij we ons sociaal model opgeven, is dat de enige logische conclusie.” Inderdaad, ongeveer 70% van de overheidsuitgaven vloeit naar personeel.

Op vele niveaus hebben onze openbare diensten flink wat vet verzameld. De Vlaamse overheid pompte de voorbije jaren systematisch de eigen tewerkstelling op.  Wat kenners in de wandelgangen doet verzuchten dat Vlaanderen soms met geld morst. In Wallonië is het beslag dat de overheid op de economie legt nog veel groter. Ook in de federale ministeries moet de bijl erin. U en ik kennen allemaal ambtenaren bij Financiën, Justitie, de NMBS,…die weinig om handen hebben, als ze al mogen werken.
Dat leidt soms tot hallucinante, wraakroepende situaties. Van goed beheer is er geen sprake. Nochtans rept de regeringsverklaring amper over een efficiënter overheidsapparaat. De regering Leterme engageert zich om alle middelen in te zetten, opdat voldoende fiscale en sociale controles worden uitgevoerd. Terwijl bedrijven schreeuwen om werknemers, laat de overheid toe dat hier en daar ambtenaren met hun vingers zitten te draaien. Intussen zetten ook de Franse en de Duitse regering het mes in hun ambtenarij. Op naar de Heerlijke Nieuwe Wereld met zijn kleine, Efiiciënte Overheid.

Standpunt - Het zwarte gat (door Erik Verreet)

“Er wordt hard gewerkt in onze bedrijven. Het is aan de leidinggevenden om het elastiek niet eindeloos te rekken.”
Frederik rijdt me met zijn karretje bijna aan op de parking van de superette. Hij ziet er niet bepaald fleurig uit: “Ik zit al drie maanden op de ziekenkas.” Frederik vangt werklozen op; enkele maanden geleden kreeg hij een klop van de hamer. “De eerste weken kon ik alleen maar eten, rusten en slapen. Ik was compleet waardeloos. Dankzij de antidepressiva gaat het wat beter. De dokter heeft mijn ziekteverlof verlengd. Het sleept langer aan dan ik hoopte.”
Al enkele weken hoor ik gelijkaardige verhalen bij collega’s en kennissen. Zware vermoeidheden, burn-outs en depressies, het lijkt wel een epidemie. Dit blijkt ook in recente cijfers:
- Meer dan 40% van de Belgische werknemers heeft frequent tot zeer frequent last van stress, aldus Securex (1). In tegenstelling tot ander onderzoek, vindt Securex niet dat die stress zit bij gewone werknemers die hun werk niet zelf kunnen regelen, maar vooral bij kaderleden en universitairen. Ook zou het stresspeil in België hoger liggen dan in Nederland of Frankrijk.
- Het stressgevoel is het voornaamste probleem voor de personeelsverantwoordelijken, aldus een nieuwe rondvraag van SD Worx (2). Medewerkers klagen over een slechte communicatie of weinig steun van hun leidinggevenden.
Als we deze twee bevindingen samentellen, moeten de personeelsdirecteurs hun collega’s managers dringend op het matje roepen. Zij stellen te zware targets, verschuiven regelmatig de stoelen en rollen software en andere productiviteitsinstrumenten de organisatie in. Dat allemaal om de productiviteit verder op te drijven. 
Onder druk van die hoge verwachtingen, borrelt bij een deel van de werknemers de ketel over. Zij haken af.
Er wordt hard gewerkt in onze bedrijven. Het is aan de leidinggevenden om het elastiek niet eindeloos te rekken. Dit wordt een standaardelement van een gezond personeelsbeleid.

Standpunt: Vierkante cijferwals (door Erik Verreet)

Zonder cijfers gaat het ook, zo liet kersvers premier Leterme het land weten.  Hij heeft overschot van gelijk, want in België zijn er cijfers en cijfers,  zo ondervond de Vacatureredactie. Een grafiek over de directe investeringen door buitenlandse ondernemingen in België, die op de website van de Nationale Bank stond, bleek niet te kloppen lezen we in Vacature Magazine (p.20). En het coververhaal van deze week heeft het over 232.000 niet-werkzoekende, vergoede werklozen waarvan de RVA het profiel niet kent.
Slechte statistieken zijn al langer een Belgische kwaal. Maar kan de nieuwe regering haar evenwichtsoefening tot een goed einde brengen zonder zicht op de reële situatie? Of moeten we achter elk officieel cijfer een andere waarheid veronderstellen in dit surrealistische landje?

Standpunt - Europa’s zweep (door Erik Verreet)

Met de regeringsvorming in de laatste rechte lijn, kreeg de EU- Lenteraad weinig aandacht. De staats- en regeringsleiders blonken er de Europese Lissabonstrategie op, gericht op groei en werkgelegenheid. Ondanks de schitterende economische conjunctuur boekte België bijzonder weinig vooruitgang in het Europees peloton:
- Onze bedrijven smeken om meer handen, maar amper vier op de tien laaggeschoolden vindt hier een job.
- België is ook een belabberde innovator. Hoewel onze politici geregeld uitpakken met overwinningsbulletins, is ons landje niet meer dan een flauwe middenmoter. We lopen zelfs het risico binnenkort qua innovatie onder de middelmaat te zakken.
- Een groot aantal kinderen groeit op in gezinnen waar niemand 
werkt.
- Jaar na jaar neemt het verschil toe op het vlak van de 
arbeidsmarkt tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië.
Daarom keert afvloeiend premier Verhofstadt met een lijvig sociaal- economisch takenpakket terug van zijn laatste Europese top. Het is hoog tijd voor wat serieus denkwerk.
In het regeerakkoord van Leterme I vinden we al punten over meer overwerk, een vereenvoudiging van de banenplannen, een systeem van tijdsparen, een vlottere immigratie van geschoolden, een hogere aftrek voor beroepskosten, de activering van de werklozen, … Het permanent bijplamuren en oplappen van onze welvaartstaat vergt inderdaad veel werk. Maar het is eerder een willekeurig boodschappenlijstje waarin elke regeringspartij iets terugvindt dan een sterke analyse van de zwakke punten van België. Zo eist de EU van ons land een lagere belastingdruk op de salarissen, meer beroepsactieve 50-plussers en een reële aanpak van het levenslang leren. Ook moeten onze regeringen dieper in hun zakken graaien om het afbrokkelend niveau van de O&O-uitgaven opnieuw op peil te brengen.
Europa verzoekt onze regering om tegen het jaareinde een concreet plan voor te leggen. Dit is de kans om grote lijnen te trekken. Yves Leterme en zijn ministers zullen nog andere wonderen moeten verrichten, naast een werkbare staatshervorming.

Arme middenmanager

Het menselijke en het vernieuwende gaan in de bedrijfswereld hand in hand. Of juist niet. Volgens twee verse onderzoeken remmen vooral de managers dit proces af.

° Econoom Joost van der Weide (universiteit van Tilburg) onderzocht hoe
goedfunctionerende managers hun evaluatiegesprekken aanpakken. Blijkbaar halen deze managers hun mooie resultaten door hun medewerkers duidelijk richting te geven en te verifiëren of ze de juiste prioriteiten stellen. Maar de managers tonen veel minder persoonlijke interesse in hun medewerkers dan verwacht, aldus de onderzoeker. Ook moedigen ze hen weinig aan en geven ze geen positieve beloningen.

° Een gelijkaardig beeld komt uit een nieuwe studie van de Amerikaanse hr-vereniging ‘World at Work’. Bedrijven spenderen veel geld aan systemen om de performantie van hun medewerkers te meten, maar halen er weinig uit. De systemen zijn opgezet om de bonussen correct te verdelen en natuurlijk om betere resultaten te boeken. Maar dat lukt niet omdat de middenmanagers in de weg liggen. Volgens deze studie klaagt 60 procent van de medewerkers dat ze geen correcte feedback krijgen. De meeste middenmanagers durven hun medewerkers niet recht in het gezicht zeggen dat ze verkeerd bezig zijn.

Hoe komt dat? Onze bedrijven vragen er om. Ze kiezen voor een prestatiegericht management. Daarin wordt die arme middenmanager afgerekend op de prestaties van zijn afdeling. De cijfers domineren het spel. Binnen onze prestatiemoraal verschuift het menselijke naar de achtergrond.

Om dit te doorbreken moeten de bedrijven hun managers afrekenen op nieuwe criteria, zoals het verloop in een afdeling of het aantal vernieuwende projecten. Gewoon deze criteria toevoegen, volstaat niet. Het evalueren van de menselijke relaties in een afdeling moet hét beoordelingspunt worden voor elke middenmanager. Voldoende aandacht doet mensen presteren. Anders groeit er een klimaat van zagen en klagen. De rest, zoals de klantenservice, de financiële resultaten en de innovatie, gaat dan mee de dieperik in.

Anti-depressiepil

Beurzen krijgen flinke klappen en topbedrijven publiceren tegenvallende jaarcijfers. Het woord ‘recessie’ is niet uit de lucht. Zelfs de Chinese sneltrein vertraagt dit jaar. Van de +11% vorig jaar, zakt de groei er naar 6 tot 8%. Dat is voor China een harde landing. Met als gevolg voor ons: het kelderen van de grondstoffenprijzen.

Intussen breekt in onze kleine, open economie de ene staking na de andere uit. Arbeiders klagen over hun dalende koopkracht. “Duurdere energie, duurdere voeding, duurdere huisvesting: onze werknemers ervaren het verlies aan koopkracht aan den lijve”, onderstreept ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw.
Normaal beschermt de index hen tegen zwaar koopkrachtverlies. Onder de militanten leeft het gevoel dat de gezondheidsindex niet volstaat om hun koopkracht op peil te houden. Zonder olie, diesel en alcohol volgt die index nog amper de koopkracht, wat de bedoeling was.

Onder druk van de stakingsacties hebben verschillende partijvoorzitters verklaard dat ze nu weten ‘waar de mensen echt mee bezig zijn’. In dezelfde sfeer pakten bevlogen ministers uit met hun ideetjes om die koopkracht te vrijwaren. Nu de grondstoffenprijzen gepiekt hebben, wordt het risico groot dat elke gerichte maatregel te laat komt. Alvorens zo’n maatregel door de administratie netjes is ingepast, kunnen de prijzen van olie en andere grondstoffen alweer gedaald zijn. Zodat de maatregel moet ingetrokken worden, of niet meer is dan een slag in het water.

Daarom is het beter een brede maatregel te formuleren, zoals een vermindering van de lasten op het salaris. Als een werknemer zijn nettosalaris ziet toenemen, zal hij minder geneigd zijn bij zijn werkgever aan te kloppen voor een loonsverhoging. Zo’n maatregel is tegelijk een stevige anti-depressiepil voor onze economie.

Wie hoor ik zuchten dat het geld op is? Dezelfde politici die al acht jaar lang en in volle hoogconjunctuur datzelfde geld door deuren en ramen buiten zwierden?

Grenswerkers worden duurder

Voor het eerst wordt de ‘war for talent’ in België op zo’n grote schaal gevoerd. De West-Vlaamse bedrijven vrezen dat ze vele duizenden Franse sollicitanten zullen verliezen. Begin 2009 dooft hun gunstig fiscale regime immers uit, zodat het nettoloon voor nieuwkomers met een tiende daalt. Indien de Fransen echt wegblijven, overweegt driekwart van de West-Vlaamse bedrijfsleiders zijn productie naar elders over te brengen. De werkgeversorganisatie Unizo schreeuwt moord en brand. Want de gevolgen voor de streek zijn niet te onderschatten. Vandaag telt West-Vlaanderen 9.000 grensarbeiders. Er werken ruim 31.000 Fransen in alle grensregio’s in België.

Vroeger nam niemand aanstoot aan de fiscale begunstiging van de Fransen. Tot het bij de Waalse politici doordrong dat Vlaanderen ernstig werk maakt van de regionalisering van de arbeidsmarkt. Rudy Demotte, de minister-president van de Waalse regering, neemt het niet dat de Vlamingen telkens wijzen op het feit dat in het Kortrijkse duizenden Fransen aan de slag zijn en weinig Walen. De Waalse werklozen kunnen volgens hem immers niet concurreren met de goedgeschoolde stielmannen van over de grens. Want voor een Belgisch werkgever valt zo’n Franse specialist goedkoper uit dan een werkloze uit eigen streek.

Daarom zullen de Waalse politici het been stijf houden: waarschijnlijk volgt er een parlementaire goedkeuring van het protocol dat minister Reynders afsloot met enkele Franse ministers, tenzij de Unizo-campagne het kan tegenhouden. De oplossing is het aansnijden van de Waalse arbeidsreserve. Daarvoor moet de samenwerking tussen VDAB en Forem nog beter en de Waalse werklozen beter geschoold worden.
Daarnaast bestaat er een tweede uitweg: de West-Vlaamse bedrijven kunnen ook hogere salarissen betalen. Uiteindelijk is dit een typisch geval van een tekort aan aanbod. Willen ze medewerkers aantrekken van over de grenzen, dus ook Polen, Nederlanders en Italianen, is een goed salaris een ideaal startpunt.